Mijn Computer-hobby

Verklarende woordenlijst


  • Achromatische kleur
    De primaire kleuren van het licht - rood, groen en blauw - die door scanners, monitoren en andere computerapparaten worden gebruikt.
  • Additief kleurensysteem
    Kleurensysteem dat bestaat uit de drie kleuren rood, groen en blauw. Ook bekend als RGB-kleurensysteem. De drie kleuren op elkaar vormen wit. Scanners en monitors werken met deze drie additieve basiskleuren, ook lichtkleuren genoemd. Printers daarentegen gebruiken een subtractief kleurensysteem. [Zie aldaar]
  • Anti-aliasing
    Een proces voor het verwijderen van het karteleffect bij diagonale lijnen van een afbeelding, waarbij langs de randen dots van een overgangstint worden ingevoegd.
  • Apparaatdriver
    Een softwaremodule die het besturingssysteem vertelt hoe bepaalde hardware zoals een scanner moet worden bestuurd.
  • Array
    Gegroepeerde elementen, zoals sensoren.
  • Aspectverhouding
    De relatieve proporties van de lengte en de breedte van een afbeelding. Als u bijvoorbeeld een origineel scant dat 8 bij 12 cm meet, heeft deze afbeelding een aspectverhouding van 8:12 of 2:3.
  • Automatische documentinvoer
    Een apparaat dat op een scanner is aangesloten en dat automatisch telkens één pagina tegelijk invoert, waardoor meerdere pagina's kunnen worden gescand.
  • Auto trace
    Een functie van veel objectgeoriënteerde programma's voor beeldbewerking, zoals Adobe Illustrator, waarmee u de contouren van een gescande afbeelding kunt volgen en de afbeelding kunt omzetten in een contour- of vectorformaat.
  • Batch
    Acties die achtereenvolgens op een set bestanden worden uitgevoerd.
  • Bijsnijden
    Een afbeelding of pagina digitaal afsnijden.
  • Bi-niveau
    Bij scannen een binaire scan waarin alleen de informatie wordt opgeslagen die aangeeft of een pixel in zwart of wit moet worden weergegeven.
  • Bit
    De afkorting voor een binair getal (binary digit): 0 of 1. Scanners gebruiken meestal meerdere bits om de informatie over elke pixel van een afbeelding te representeren.
  • Bitdiepte
    Het aantal bits dat wordt gebruikt om kleuren of tinten te representeren.
  • Bitmap (bmp)
    Een afbeelding die wordt gedefinieerd als pixels in een rij- en kolomformaat. (Adobe duidt een bitmap aan als een twee-kleuren afbeelding.)
    Ontwikkeld voor Windows-toepassingen en daarom een veelgebruikt bestandsformaat. Bitmap-afbeeldingen heten zo omdat ze lijn voor lijn de pixels in kaart (map) brengen. Het BMP-formaat is verliesvrij en daarom zeer geschikt voor afbeeldingen die u later wilt wijzigen of vergroten.
    BMP-afbeeldingen worden door bijna alle beeldbewerkingsprogramma's herkend.
    • Voordeel: Er blijft veel beeldinformatie bewaard
    • Nadeel: Bestanden kunnen zeer groot zijn
  • Bladvullend
    Een afbeelding die doorloopt tot de rand van de pagina; dit wordt vaak bereikt door de afbeelding voorbij de rand te laten lopen en de pagina vervolgens bij te knippen op het definitieve formaat.
  • Burn
    Een deel van een afbeelding donkerder maken.
  • Cameraklaar
    Illustraties in hardcopyvorm die kunnen worden gefotografeerd om negatieven of platen voor printen te produceren.
  • Cast
    Een zweem kleur in een afbeelding.
  • CCD-Chip
    CCD is de Engelse afkorting voor Charge Coupled Device, letterlijk: Chip met ladinggekoppelde halfgeleiders. Een opstelling met zeer kleine lichtgevoelige elementen, de zogenaamde fotocellen. CCD-chips worden bijvoorbeeld in scanners en digitale camera's gebruikt om analoge beeldgegevens in digitale om te zetten. Zie ook Double-CCD-Array.
  • Chroma
    Kleur, waarin de kleurschakering en de verzadiging zijn gecombineerd.
  • Chromatische kleur
    Een kleur met ten minste één kleurschakering beschikbaar en een zichtbaar niveau van kleurverzadiging.
  • CIS (contact image sensor)
    Een nieuw type beeldsensor met beperkte resolutie dat wordt gebruikt in kleinere, goedkopere scanners.
  • CMOS (complementary metal oxide semiconductor sensor)
    Een nieuw type sensor dat in scanners en digitale camera's wordt gebruikt en dat is gebaseerd op een halfgeleiderproces voor digitale elektronica en niet voor analoge elektronica zoals in de CCD.
  • CMYK
    De afkorting voor de vier standaardkleuren Cyaan, Magenta, Yellow (geel) en blacK (zwart).
  • Complementaire kleur
    De tegenovergestelde kleurschakering van een kleur, ofwel het directe complement.
  • Compressie
    Een bestand (met name een afbeelding) condenseren om de benodigde hoeveelheid opslagruimte te verminderen.
  • Contrast
    Het bereik tussen de lichtste tot de donkerste tinten in een afbeelding. In een afbeelding met een hoog contrast liggen de tinten op de uiterste punten van het bereik tussen wit en zwart. In een afbeelding met een laag contrast liggen de tinten dichter bij elkaar.
  • Desaturatie
    Kleur uit een afbeelding of kleurschakering verwijderen.
  • Dichtheid
    De lichtheid of donkerte van een afbeelding of een deel van een afbeelding.
  • Diffusie
    De willekeurige distributie van grijstinten in een gebied van een afbeelding.
  • Digitaliseren
    Analoge informatie, zoals een afbeelding, converteren naar een binaire vorm die door een computer kan worden verwerkt.
  • Dithering
    Een manier om grijstinten of kleuren te simuleren door dots te groeperen, zodat ze kunnen worden samengevoegd tot tussenliggende kleuren of tinten.
  • DMA (direct memory access)
    Deze term verwijst naar de directe verplaatsing van gegevens van het geheugen naar een ander apparaat.
  • Dot
    Een eenheid voor het kleinste element waar de printer een beeld van kan vormen; wordt soms ook gebruikt om de resolutie van andere apparaten aan te duiden.
  • Double-CCD-Array
    Dubbele CCD-opstelling. Exclusieve, door EPSON ontwikkelde en gepatenteerde technologie die dankzij een dubbele rij CCD's resolutie en kleurendiepte verhoogt. Door de hogere optische resolutie kunnen zelfs kleine afbeeldingen haarscherp en sterk vergroot verder bewerkt worden.
  • Down-sampling
    De hoeveelheid informatie in een afbeelding verminderen, meestal om de afbeelding kleiner te maken.
  • Dpi (dots per inch)
    De resolutie van een geprinte pagina, uitgedrukt in het aantal printerdots in een inch, afgekort als dpi.
  • Drempel
    Een voorgedefinieerd niveau aan de hand waarvan scanners bepalen of een pixel als zwart of als wit wordt weergegeven.
  • Dynamisch bereik
    Het bereik van de verschillende dichtheden tussen de lichtaccenten en de schaduwen in een afbeelding.
  • Eps (encapsulated PostScript)
    EPS-bestanden zijn de standaard voor illustraties met een hoge resolutie die niet meer hoeven te worden bewerkt. Met uitzondering van vergroten of verkleinen is dat namelijk ook niet mogelijk, omdat de informatie 'ingekapseld' zit in het bestand.
    • Voordeel: Consistente afdrukken, ideaal voor logo's, enz.
    • Nadeel: Geen bewerking meer mogelijk
  • Fotocellen
    Zeer kleine en lichtgevoelige elementen van de CCD-chips. Elk element vangt de hoeveelheid invallend licht op, slaat deze als een elektrische lading op en geeft ze door. Hoe sterker het invallend licht, des te hoger de elektrische spanning. Fotocellen kunnen slechts de helderheid van het licht onderscheiden. Daarom wordt er op elke cel een RGB-filter opgedampt, om correct de drie basiskleuren rood, groen en blauw te meten.
  • Gamma
    Een manier om het contrast van een afbeelding aan te duiden, getoond als de helling van een curve die de tinten van wit naar zwart voorstelt.
  • Gammacorrectie of gammacompensatie
    Het proces van aanpassing van een afbeelding om te corrigeren voor het gamma van het apparaat, bijvoorbeeld een printer of beeldscherm, waarmee de afbeelding wordt gereproduceerd.
  • Gang scan
    Het proces van meerdere afbeeldingen tegelijk scannen, dat wordt gebruikt wanneer afbeeldingen hetzelfde dichtheid- of kleurbalansbereik hebben.
  • GIF (graphics interchange format)
    Een gecomprimeerd afbeeldingformaat dat veel op het Web wordt gebruikt.
    GIF was het eerste veelgebruikte afbeeldingformaat, maar is grotendeels vervangen door JPG en PNG.
    Speciaal ontwikkeld voor met de computer getekende plaatjes en illustraties. GIF-bestanden behouden scherpe randen en kunnen zowel op de pc als op de Mac worden gebruikt. Een dergelijk bestand lijdt niet aan verlies van beeldkwaliteit en kan uit maximaal 256 kleuren bestaan (maar hoe kleiner het aantal kleuren, des te groter de compressie).
    • Voordelen:
      • Ideaal voor webpagina's met kleine plaatjes.
      • Geven goed resultaat indien een transparante achtergrond gewenst is.
        (Sommige oudere programma's aanvaarden geen transparante achtergronden bij png-formaten.
        Zie 'PNG'.)
    • Nadeel:
      • Beperkt tot 256 kleuren en daardoor niet geschikt om foto's in hoge kwaliteit op het web te zetten of om originelen te archiveren
  • Grijscomponent verwijdering
    Een proces waarbij in delen van een afbeelding die alle drie de proceskleuren bevatten een gelijke hoeveelheid grijs wordt vervangen door zwart om pure, levendige kleuren te produceren.
  • Grijstinten
    Grijswaarden in een afbeelding.
  • Halftoning
    Een methode om de grijstinten in een afbeelding weer te geven door de grootte van de dots te variëren waarmee de afbeelding wordt opgebouwd.
  • Highlight
    De helderste gedeelten in een afbeelding.
  • Histogram
    Een soort staafdiagram dat de verdeling van grijstinten in een afbeelding aangeeft.
  • HSB (hue, saturation, brightness) kleurmodel
    Een model dat alle mogelijke kleuren definieert door een bepaalde kleurschakering te definiëren en daar vervolgens percentages van zwart of wit bij op te tellen of van af te trekken.
  • Interpolatie
    Een mathematische procedure waarbij een onbekende waarde tussen twee bekende grootheden ingelast wordt. Dient om de resolutie te verhogen door nieuwe pixels toe te voegen. Zo kan de resolutie, waarmee het betreffende document ingelezen wordt, tot de maximumresolutie verhoogd worden. Bij eenvoudige interpolaties worden de pixels met behulp van mathematische formules (algoritmen) uitsluitend op grond van de naburige pixels berekend. Intelligente interpolatietechnieken, zoals de EPSON HyPict techniek, die bij digitale camera's ingezet wordt, gebruiken een hele reeks omgevingsgegevens om de extra pixels te produceren.
    Vaak ziet u bij scanners twee soorten resolutie opgegeven, bijvoorbeeld 300 x 600 DPI optisch en 4800 DPI m.b.v. interpolatie.
    Een scanner met een optische resolutie van 600 x 300 DPI beschikt over een CCD opneemelement met een capaciteit van 300 pixels per inch (in de breedte). De motor van de scanner kan echter dermate nauwkeurig geregeld worden dat deze 600 lijnen (of pixels) per inch detecteert (door de wagen die over het blad loopt).
    Daarnaast kennen we ook nog softwarematige interpolatie die de resolutie kan verhogen. Softwarematige interpolatie wordt geregeld door de TWAIN-driver die de scanner bestuurt. Dit type van interpolatie is eigenlijk misleidend, het creëert geen scherpere afbeeldingen. De kwaliteit en scherpte van een gescande afbeelding wordt altijd bepaald door de optische resolutie.
    Uitsluitend in het geval dat de afbeeldingen drastisch vergroot moeten worden valt het aan te raden om op hoge resoluties (4800 DPI) te scannen. Hou er bovendien rekening mee dat de omvang van een bestand aanmerkelijk toeneemt bij hogere resoluties. Indien u bijvoorbeeld een kleurenafbeelding van A4-formaat (210mm x 297mm) in 9600 DPI zou scannen dan dient u rekening te houden met een bestand van maar liefst 24 Gigabyte!! (niet gecomprimeerd)
  • Jpg of jpeg (joint photographic experts group)
    Eén van de meest gebruikte beeldformaten voor het web (de anderen zijn .png en .gif). JPEG-compressie gebeurt met verlies, zodat u weliswaar enig detail verliest, maar een uitstekende compressieratio bereikt. Net als het TIFF-formaat ondersteunt JPEG 24-bits kleuren (16 miljoen kleuren), maar telkens als u een JPEG-afbeelding wijzigt en opslaat, verliest u meer detail. De compressieratio is variabel, en hangt af van het gebruikte programma, maar meestal ligt de verhouding ergens tussen 1:1 (geen compressie, maximale beeldkwaliteit) en 1:100 (enorme compressie/lage beeldkwaliteit).
    • Voordelen: Ideaal voor grote foto's, met name op het web
    • Nadelen: Kwaliteit wordt telkens wanneer u opslaat minder, dus gebruik JPEG niet voor het archiveren van originelen
  • Micro-Step technologie
    Exclusieve EPSON scannertechnologie waarbij de scannereenheid tijdens de beweging over het in te lezen document 3.200 afzonderlijke stappen per inch uitvoert. Hoe kleiner de afzonderlijke stappen, des te gedetailleerder de weergave
  • OCR (optical character recognition)
    Scanners kunnen m.b.v. geschikte software, ook gebruikt worden om documenten in te lezen en te vertalen naar tekstbestanden. Hierbij worden geprinte tekens naar ASCII-codes geconverteerd.
    Deze techniek noemen we Optical Character Recognition.
    OCR-software maakt gebruik van drie verschillende technieken, patroonherkenning, eigenschapherkenning en spellingscontrole.
    Bij patroonherkenning beschikt de OCR software over een bibliotheek van karakters in verschillende karaktergroottes en stijlen. Bij eigenschap herkenning wordt er meer naar de opbouw van een karakter gekeken.
    Zo kunnen we b.v. het karakter ' a ' als volgt beschrijven:
    Letter_a Een ellips met een verticale streep aan de rechterkant en een halve ellips aan de bovenkant.
    Geen enkel OCR programma zal een 100% juiste herkenning kunnen garanderen. Teneinde leesfouten te corrigeren worden foutief herkende karakters in samenhang met andere karakters bekeken (spellingscontrole). Op deze wijze kan een hogere nauwkeurigheid bereikt worden.
  • Optische resolutie
    De resolutie van een scanner die wordt berekend door de breedte van het gescande gebied te delen door het aantalpixels in de CCD.
  • Palet
    Een set tinten of kleuren die beschikbaar is om een afbeelding te produceren.
  • Parallel
    Gegevens met een aantal bits tegelijk verplaatsen, in plaats van met één bit tegelijk. Veel scanners gebruiken parallelle verbindingen (een SCSI-verbinding of parallelle printerverbinding) om afbeeldinginformatie te verplaatsen.
  • Pixel
    Een Engels kunstmatig woord, gevormd uit Picture en Element, dus een beeldelement. De kleinste beeldeenheid die in een digitaal beeldverwerking opgenomen en uitgestuurd kan worden. Dot of beeldpunt kunnen als synoniem beschouwd worden.
  • PNG (portable network graphics)
    Een bestandsformaat waarbij geen verlies optreedt en dat is gecreëerd om de tekortkomingen van Graphics Interchange Format (GIF), zoals het beperkte aantal kleuren, te compenseren.
    (Geeft in sommige oudere programma's geen transparante achtergrond)
  • Poort
    Een kanaal van de computer dat wordt gebruikt voor de invoer van of de uitvoer naar een randapparaat. Een scannerinterfacekaart bevat een speciale poort die de scannerkan gebruiken om met de computer te communiceren.
  • Portrait
    De oriëntatie van een pagina waarbij de langste dimensieverticaal is.
  • Posterisatie
    Een streepeffect dat wordt geproduceerd door het aantal grijstinten in een afbeelding te verminderen.
  • Ppi (pixels per inch)
    Het aantal pixels dat per inch door een scanner wordt geregistreerd. Dit is voor scanners een nauwkeurigere term dan dpi (dots per inch), omdat scanners pixels registreren.
  • Single-Pass
    Scanningprocedure waarbij de drie basiskleuren (rood, groen en blauw) in één keer gescand worden. Omdat er per scan slechts één handeling nodig is, bieden single-pass scanners een duidelijke tijdwinst.
  • Subtractief kleurensysteem
    Een kleurensysteem dat bestaat uit de drie kleuren blauwgroen, purper en geel (Cyan, Magenta, Yellow), de subtractieve basiskleuren. Als u de drie basiskleuren mengt, krijgt u zwart of minstens donkergrijs. Het zijn vooral de printers die het subtractieve kleurensysteem gebruiken. Scanners en monitors gebruiken daarentegen het zogenaamde additieve kleurensysteem, met de lichtkleuren rood, groen en blauw. [Zie aldaar]
  • Text Enhancement Technology [TET].
    Een techniek die tijdens het scannen storende delen van originelen filtert. Hierdoor kan het bijgeleverde Optical Character Recognition [OCR] programma de gescande teksten sneller en exacter aan het tekstverwerkingsprogramma doorgeven.
  • Tekstkenmerk
    Kenmerken van een pagina of een teken, zoals onderstreept, vet of een font, die kunnen worden herkend door een softwareprogramma voor tekstherkenning (OCR).
  • TIFF (tagged image file format)
    Een grafisch bestandsformaat dat oorspronkelijk speciaal voor scanners werd ontwikkeld. Het bestandsformaat kan worden gebruikt om afbeeldingen in grijstinten of kleurenafbeeldingen op te slaan en is nu een standaard afbeeldingformaat dat door de meeste applicaties wordt ondersteund.
    Dit kunnen relatief grote bestanden zijn, maar de beeldkwaliteit is uitstekend. Hoewel TIFF's oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor de Mac-omgeving, zijn ze nu ook algemeen gangbaar bij pc-gebruikers. TIFF's kunnen elk kleurdiepteniveau van 1- tot 32-bits opslaan en vormen absoluut het beste formaat als u een afbeelding later wilt bewerken of afdrukken.
    • Voordeel: Behoudt een uitstekende kwaliteit en is daarom ideaal voor het archiveren van originelen
    • Nadeel: Grote bestanden
    Eenvoudig gezegd doet u er waarschijnlijk het beste aan om originelen van uw favoriete afbeeldingen als TIFF's op te slaan en te bewaren. Een eventuele bewerking kan dan steeds vanuit een origineel gebeuren en, indien nodig, tot PNG, GIF of JPG verkleind worden.
  • Tussentinten
    De delen van een afbeelding met een waarde tussen zwart en wit; de waarde valt meestal in het bereik van 25 tot 75procent.
  • TWAIN
    Twain is een industriestandaard die bepaalt hoe apparaten als scanners en digitale fototoestellen de gegevens naar de computer transporteren. Twaindrivers maken het mogelijk dat programma’s gebruik kunnen maken van b.v. een scanner zonder ook maar te weten hoe dit apparaat werkt en welke mogelijkheden het heeft.
    Indien een hardware uitbreiding (b.v. een scanner) geleverd wordt met een Twaindriver dan bent u er zeker van dat deze werkt met ieder programma dat Twain ondersteunt. Dit voorkomt dat iedere scanner of applicatie geleverd zou worden met +/- 80000 verschillende drivers voor iedere mogelijke combinatie van hard- en software.
    De letters Twain staan voor :
    Toolkit Without An Interesting Name.
    Twaindrivers werken uitsluitend onder Windows. Het is mogelijk om meerdere Twaindrivers tegelijkertijd actief te hebben, b.v. voor een scanner en een digitaal fototoestel.


terug naar begin vorige download

 

© Ontwerp: AC