Mijn hobby
Mijn hobbysite
terug naar begin
naar pagina-einde

Print pagina

Minicursus Esperanto - les 6


ZESSES


6. BIJWOORDEN

Het bepalen van zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden is voorbehouden aan bijvoeglijke naamwoorden.

Een bijwoord kan echter meerdere woordsoorten bepalen, nl.:
  • werkwoorden
  • bijvoeglijke naamwoorden
  • andere bijwoorden
  • telwoorden

Opmerking

In zinnen met een loos (= geen betekenis hebbend) onderwerp neemt een bijwoord de rol over van een bijvoeglijk naamwoord.

vb.:

Het is warm                   Estas varme
         bijv. naamw.                  bijwoord

Het blijft koud                Restas malvarme
             bijv. naamw.                bijwoord

     

'Het' is een loos onderwerp en wordt in Esperanto niet vertaald!

                

Omdat in dit soort zinnen geen zelfstandig naamwoord of voornaamwoord meer voorkomt, kan dus ook géén bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden en moet er een bijwoord komen.

In Esperanto bestaan twee soorten bijwoorden:

  1. oorspronkelijke of originele bijwoorden
  2. afgeleide bijwoorden

 

6.1. Oorspronkelijke bijwoorden

Dit zijn bijwoorden van oorsprong uit en hebben dus geen afzonderlijke uitgang op -e nodig.

We kunnen deze bijwoorden indelen in drie groepen:

  1. de "aŭ" bijwoorden:
    adieu adiaŭ hieraŭ gisteren
    tenminste almenaŭ hodiaŭ vandaag
    ook ankaŭ kvazaŭ quasi, alsof
    nog ankoraŭ morgaŭ morgen
    nauwelijks apenaŭ preskaŭ bijna
    weldra baldaŭ

     

  2. de eenlettergrepige bijwoorden:
    zelfs nun nu
    weg for nur slechts
    immers ja plej meest
    reeds jam pli meer
    ja, wel jes plu meer, verder, langer
    juist, zoëven ĵus tre zeer
    zelf mem tro te (veel)
    niet, nee ne tuj dadelijk

     

  3. de correlatieve bijwoorden
    Deze bijwoorden worden wegens hun opbouw ook weleens tabelbijwoorden genoemd.
    • van plaats
      kie,  tie,  ĉie,  ie,  nenie
    • van tijd
      kiam, tiam, ĉiam, iam, neniam
    • van wijze
      kiel, tiel, ĉiel, iel, neniel
    • van reden
      kial, tial, ĉial, ial, nenial
    • van hoeveelheid
      kiom, tiom, ĉiom, iom, neniom
      (Zie correlatieven aan het einde van deze les.)

6.2. Afgeleide bijwoorden:

Dit zijn bijwoorden die afgeleid worden van andere woordsoorten.

  • van bijvoeglijke naamwoorden
    vb.:
    honesta
    honeste (eerlijk)
    bela
    bele (mooi)

     

  • van zelfstandige naamwoorden
    vb.:
    hejmo (huis)
    hejme (thuis)
    flanko (zijde)
    flanke (bezijden)

     

  • van werkwoorden
    vb.:
    skribi (schrijven)
    skribe (schriftelijk)
    buŝo  (mond)
    buŝe  (mondeling)

     

  • van telwoorden
    vb.:
    unu (een)
    unue (ten eerste)
    du (twee)
    due (ten tweede)

     

  • van voorzetsels
    vb.:
    post (na, achter)
    poste (nadien)
    antaŭ (voor)
    antaŭe (voordien)

     

  • van voorzetselbepalingen
    Voorzetselbepalingen kunnen vervangen worden door hun afgeleid bijwoord.
    vb.:
    voorzetselbepaling afgeleid bijwoord vertaling
    per la piedoj piede te voet
    en la hejmo hejme thuis (te huis)
    ĉe la flanko flanke terzijde, bezijden, op zij
    en la mateno matene 's morgens
    je lundo lunde 's maandags
    sen celo sencele doelloos
    el la tuta koro tutkore van ganser harte

 


6.3. Oefeningen

Probeer te vertalen:

Het is mooi weer.

Vandaag is het dinsdag.

Het schijnt dat het regent.

Rij langzaam.

De jongens zongen een mooi lied.

De meisjes zongen mooi.

Eerlijke mensen handelen eerlijk.

De rozen zijn mooi rood.

De kassier is absoluut eerlijk.

De hemel is helderblauw.

De jongens zullen dadelijk uit de school komen.

 

Traduku:

Mi iras nek bicikle, nek trame, sed piede.

Al la kongreso ni vojaĝas aŭ vagonare aŭ aŭtobuse.

Matene mi forveturis, vespere mi alvenis.

Mi parolis kun li telefone.

La gvidanto fingre montris al ni la celon de nia vojaĝo.

Responde al via letero, mi skribas al vi ...

Mi tutkore gratulis lin.

Erare mi sendis la leteron al alia persono.

Marde mi komencis tiun laboron kaj jam ĵaŭde ĝi estis preta.

 


CORRELATIEVEN

Correlatieven, ook wel betrekkelijke of relatieve voornaamwoorden genoemd, dienen om een bepalende zin met een in een voorafgaande zin staand woord te verbinden.

Alle Esperanto-correlatieven zijn ondergebracht in een tabel van drie kolommen en tien rijen.

  • Kolom 1 (type) is een voorvoegsel dat bepaalt of het gaat om een vragend, aanwijzend, onbepaald, ontkennend of allesomvattend correlatief.
  • Kolom 2 (stam) is voor ALLE correlatieven gelijk (-i-).
  • Kolom 3 (soort) is een achtervoegsel dat de woordsoort bepaalt.

Gelijk welk correlatief wordt gevormd door simpelweg een van de 5 voorvoegsels te kiezen en daar de stam (i) en een van de 10 achtervoegsels aan te plakken. (Zie tabellen hier beneden.)

Door deze opbouw volstaat het om

     10 uitgangen + 5 voorvoegsels = 15 woordjes

te leren om zodoende 50 correlatieven te kunnen vormen.

type stam soort
-a hoedanigheid
-al bijwoord van reden
-am bijwoord van tijd
vragend k- -e bijwoord van plaats
aanwijzend t- -el bijwoord van wijze
onbepaald - -i- -en bijwoord van richting
ontkennend nen- -es bezit
allesomvattend ĉ- -o zelfstandigheid
-om bijwoord van hoeveelheid
-u persoon indien zelfstandig
persoon of zaak indien bijvoeglijk

 

Alle mogelijke correlatieven van Esperanto in onderstaande tabel:

corr. vertaling betekenis
kia hoe een? vraagt naar 'n hoedanigheid
kial waarom? vraagt naar 'n reden
kiam wanneer? vraagt naar 'n tijd
kie waar? vraagt naar 'n plaats
kiel hoe, op welke manier? vraagt naar 'n wijze
kien waarheen? vraagt naar 'n richting
kies wiens? vraagt naar 'n bezit
kio wat? vraagt naar 'n zelfstandigheid
kiom hoeveel? vraagt naar 'n hoeveelheid
kiu wie? vraagt naar 'n persoon
welke? vraagt naar 'n zaak
tia zulk, zo een duidt 'n hoedanigheid aan
tial daarom duidt 'n reden aan
tiam dan duidt 'n tijd aan
tie daar duidt 'n plaats aan
tiel zo, op zo'n manier duidt 'n wijze aan
tien daarheen duidt 'n richting aan
ties diens duidt 'n bezit aan
tio dat duidt 'n zelfstandigheid aan
tiom zoveel duidt 'n hoeveelheid aan
tiu die duidt 'n persoon aan
die duidt 'n zaak aan
ia een of ander duidt 'n onbepaalde hoedanigheid aan
ial om een of andere reden duidt 'n onbepaalde reden aan
iam eens duidt 'n onbepaalde tijd aan
ie ergens duidt 'n onbepaalde plaats aan
iel op een of andere manier duidt 'n onbepaalde wijze aan
ien ergens heen duidt 'n onbepaalde richting aan
ies iemands duidt 'n onbepaald bezit aan
io iets duidt 'n onbepaalde zelfstandigheid aan
iom iets, onbep. hoeveelheid duidt 'n onbepaalde hoeveelheid aan
iu iemand duidt 'n onbepaalde persoon aan
enige, een of andere duidt 'n onbepaalde zaak aan 
ĉia gelijk welke duidt op alle hoedanigheden
ĉial om eender welke reden duidt op alle redenen 
ĉiam altijd duidt op alle tijden
ĉie overal duidt op alle plaatsen
ĉiel op alle mogelijke manieren duidt op alle wijzen
ĉien overal heen duidt op alle richtingen
ĉies ieders duidt op alle bezittingen
ĉio alles duidt op alle zelfstandigheden
ĉiom alles (zoveel er is) duidt op alle hoeveelheden
ĉiu iedereen duidt op alle personen
ieder duidt op alle zaken
nenia geen enkele duidt geen hoedanigheid aan
nenial om geen enkele reden duidt geen reden aan
neniam nooit duidt geen tijd aan
nenie nergens duidt geen plaats aan
neniel op geen enkele manier duidt geen wijze aan
nenien nergens heen duidt geen richting aan
nenies niemands duidt geen bezit aan
nenio niets duidt geen zelfstandigheid aan
neniom niets (hoeveelheid) duidt geen hoeveelheid aan
neniu niemand duidt geen persoon aan
geen enkel duidt geen zaak aan

Merk op dat verschillende Esperantocorrelatieven moeilijk te vertalen zijn in 't Nederlands, meestal hebben we daar uitgebreidere omschrijvingen voor nodig.


VERTALINGEN VAN VOORGAANDE LES:

Traduku:

Estas bela vetero.

Hodiaŭ estas mardo.

Ŝajnas ke pluvas.

Veturu malrapide.

La knaboj kantis belan kanton.

La knabinoj kantis bele.

Honestaj homoj agas honeste.

La rozoj estas bele ruĝaj.

La kasisto estas absolute honesta.

La ĉielo estas hele blua.

La knaboj tuj venos el la lernejo.

Vertaal:

Ik ga noch per fiets, noch per tram, maar te voet.

Naar het congres zullen we per trein of per bus reizen.

's Morgens reed ik weg, 's avonds kwam ik aan.

Ik sprak met hem per telefoon.

De gids wees ons met de vinger het doel van onze reis.

In antwoord op uw brief schrijf ik u ...

Ik wenste hem van ganser harte proficiat.

Per vergissing zond ik de brief aan 'n ander persoon.

Op dinsdag begon ik aan dat werk en op donderdag was het reeds klaar.

 


volgende

terug naar begin vorige volgende

 

Bijgewerkt op 01-07-2025