Mijn hobby
Mijn hobbysite
terug naar begin
naar pagina-einde

Print pagina

Minicursus Esperanto - les 7


ZEVENSEP


VOORWAARDELIJKE WIJS

De voorwaardelijke wijs wordt gevormd door de uitgang -us toe te voegen aan de stam van het werkwoord.

Deze vorm wordt gebruikt in volgende gevallen:

  • Voorwaardelijk
    Indien de handeling niet reëel is. (NIET gebeurt)
    vb.:
    Se li scius, ke mi estas tie ĉi, li tuj venus.
    Indien hij zou weten dat ik hier ben, zou hij dadelijk komen.
    (Maar hij weet het niet en zal dus niet komen.)

    Estus pli bone, se mi forirus.
    Het zou beter zijn als ik weg zou gaan.
    (Maar ik doe het toch niet.)
  • Twijfel
    Indien een handeling genoemd wordt waarvan men de vervulling wenst maar de uitvoering onwaarschijnlijk of onmogelijk acht.
    vb.:
    Ĉu li morgaŭ venus?
    Zou hij morgen komen? (Ik twijfel er sterk aan.)
  • Beleefde vraag
    Indien men een gewone vraag op een beleefde manier wil stellen.
    vb.:
    Ĉu vi volas fari tion?     Wil je dat doen?
    Ĉu vi volus fari tion?     Zou u dat willen doen?

 


DE VOLITIVO

Om een gebod, een wil of wens uit te drukken, gebruiken we de 'volitivo'.
In het Nederlands is deze bijna te vergelijken met de 'gebiedende wijs' en de 'conjunctief' (= aanvoegende wijs) samen.
In het Esperanto wordt deze vorm niet alleen gebruikt om 'te gebieden', vandaar de naam 'volitivo' (willen = voli), die meer slaat op alles wat met willen te maken heeft.
Verzoeken, aanzetten tot, toelating vragen, een plicht of een noodzaak, vallen allemaal onder deze vorm.

De Hongaar Kalocsay schreef volgend versje met betrekking tot het gebruik van de 'konjunktiva formo' of 'volitivo'.

Post la volo kaj deziro,
peto kaj ordona diro,
kaj instigo kaj permeso,
kaj devigo kaj neceso,
kaj post verboj samsignifaj
sekvas formoj konjunktivaj.

Vertaling met voorbeelden:

wil volo Mi volas ke li diru la veron! Ik wil dat hij de waarheid zegt!
wens deziro Mi deziras, ke vi ĉesu kanti Ik wens dat je ophoudt met zingen!
verzoek peto Mi petas al vi, ke vi tie ĉi ne fumu. Ik verzoek (vraag) u hier niet te roken.
bevel ordono La kapitano ordonis al ni, ke ni sekvu lin. De kapitein beval ons dat we hem zouden volgen.
aansporing instigo Ni devas instigi la homojn ke ili lernu Esperanton. We moeten de mensen aansporen dat ze Esperanto leren.
toelating permeso Permesu al mi ke mi sidiĝu. Sta mij toe dat ik ga zitten.
plicht devo Estas via devo ke vi helpu tiun viron! 't Is je plicht dat je die man helpt!
noodzaak neceso Estas necese ke mi aĉetu novan aŭton. 't Is noodzakelijk dat ik 'n nieuwe auto koop.
opdat por ke Parolu laŭte, por ke li povu aŭdi vin. Spreek luid, opdat hij u kan horen.

 

'por ke' geeft een doel aan dat nog bereikt moet worden.
Men vindt het dan ook steeds samen met de -u vorm.

 


VOORVOEGSELS (deel drie)

Aansluitend op voorgaande lessen, volgen hier nog enkele voor- en achtervoegsels.

dis-

betekent: uiteen, uit elkaar, verspreid.

vb.:

scheuren ŝiri disŝiri verscheuren
gaan iri disiri uiteengaan
geven doni disdoni uitdelen
vallen fali disfali uiteenvallen
wikkelen volvi disvolvi ontwikkelen
ili loĝas dise zij wonen verspreid
la diseco de verdeeldheid

 

ek-

duidt op het begin of de kortstondigheid van een handeling.

vb.:

zijn esti ekesti ontstaan
zitten sidi eksidi zitten gaan
staan stari ekstari opstaan
lachen ridi ekridi in de lach schieten
zingen kanti ekkanti (een lied) aanheffen
weten scii ekscii vernemen

 

fi-

geeft een ongunstige betekenis aan het KARAKTER van het stamwoord.

vb.:

daad ago fiago schanddaad
ding aĵo fiaĵo 'n gemene streek
man viro fiviro schurk
huis domo fidomo 'n slecht (!) huis ;-)
fi! foei!

 

re-

betekent: opnieuw, her-, terug, weer.

vb.:

lezen legi relegi herlezen
zien vidi revidi weerzien
geven doni redoni teruggeven
betalen pagi repagi terugbetalen, opnieuw betalen

 

Opmerking

In geval van twijfel gebruikt men in plaats van re-:

  • denove  : opnieuw
  • returne : terug

vb.:

  • Mi denove pagas cent eŭrojn. : Ik betaal opnieuw 100 euro.
  • Mi returne pagas cent eŭrojn. : Ik betaal (geef) 100 euro terug.

 


ACHTERVOEGSELS (deel drie)

-aĉ-

geeft een ongunstige betekenis aan het UITERLIJK van het stamwoord.

vb.:

huis domo domaĉo krot
man viro viraĉo onooglijke, lelijke man
aĉa lelijk

 

-an- 

betekent: behorende tot ...

vb.:

stad urbo urbano stedeling
club klubo klubano clublid
Christus Kristo kristano christen
Europa Eŭropo eŭropano europeaan
samideano geestverwant, aanhanger v. zelfde idee
ano lid (van vereniging), volgeling, bewoner

 

Woordsamenstellingen kunnen dus ook gemaakt worden door stammen te koppelen:
samideano : (sama = hetzelfde, ideo = idee, ano = aanhanger) geestverwant, aanhanger van dezelfde idee

Let hierbij op dat stammen NOOIT aangepast worden in samenstellingen.

Merk ook op:

Ook in het Nederlands wordt het achtervoegsel -AAN gebruikt in dezelfde betekenis.
Het woord indiaan betekent dus wel degelijk : inwoner van Indië!
(Foutje van mijnheer Columbus, die dacht Indië ontdekt te hebben.)

 

-ebl-

betekent: kan worden (gedaan, gemaakt, ...), mogelijk.

-baar, -lijk, te ...

ebla (bijv. naamw.) : mogelijk

eble (bijwoord)     : misschien

vb.:

lezen legi legebla leesbaar
zien vidi videbla zichtbaar
dragen porti portebla draagbaar
overwinnen venki venkebla overwinnelijk
redden savi savebla (mogelijk) te redden
kopen aĉeti aĉetebla te koop (kan gekocht worden)

 

-eg-

geeft de hoogste graad van vergroting of versterking aan het stamwoord en vormt meestal een nieuw begrip.

vb.:

lachen ridi ridegi schaterlachen
eten manĝi manĝegi schrokken
deur pordo pordego poort
steen ŝtono ŝtonego rots
goed bona bonega uitmuntend, uitstekend
warm varma varmega heet
werken labori laboregi zwoegen
vragen peti petegi smeken
stad urbo urbego metropolis (zeer grote stad)

 

Let op!

Staat het achtervoegsel los van het stamwoord, dan verkrijgt men GEEN nieuw begrip!

vb.:

ege rapida : verschrikkelijk snel

ege granda : reusachtig groot

 

-et-

geeft de hoogste graad van verkleining of verzwakking aan het stamwoord en vormt meestal een nieuw begrip.

vb.:

lachen ridi rideti glimlachen
eten manĝi manĝeti weinig, zonder appetijt eten
deur pordo pordeto luik(je)
steen ŝtono ŝtoneto kiezelsteentje, kei
warm varma varmeta lauw
stad urbo urbeto zeer kleine stad
weg vojo vojeto pad
berg monto monteto heuvel
dronken ebria ebrieta aangeschoten
wind vento venteto zuchtje (windje)
springen salti salteti huppelen
vliegen flugi flugeti fladderen
mens, wezen ulo etulo dreumes, dwerg

 

Let op!

Los van het stamwoord verkrijgt men GEEN nieuw begrip.

vb.:

ete pluvas : 't regent fijntjes

eta floro  :  klein bloempje

 

-er-

betekent: kleinste deel, element van.

Aan de stam gehecht, vormt ook -er- meestal een nieuw begrip.

vb.:

geld mono monero munt
brood pano panero kruimel
vuur fajro fajrero vonk
hout ligno lignero splinter, spaander
sneeuw neĝo neĝero sneeuwvlok
stro pajlo pajlero strohalm (ook drinkrietje)
ketting ĉeno ĉenero schakel

 


OEFENINGEN

 

Traduku:

 1. Tage kaj nokte veturas aŭtoj laŭ la stratoj.

 2. Dum la nokto, la suno ne estas videbla.

 3. Geestimataj, bonvolu skribi al mi ĉu la novaj domoj estos lueblaj aŭ aĉeteblaj.

 4. Karaj gesamideanoj, mi invitas vin restadi du semajnojn en nia belega urbo.

 5. La knabeto metis la monon en la poŝon.

 6. Ne estu tro scivolema, mi ne estas parolema.

 7. Unu kilogramo da salo konsistas el grandega nombro da saleroj.

 8. Eksidu, mi petas, kaj diru al mi kiel mi povas helpi vin.

 9. Mia maljuna avo fariĝas forgesema.

10. La eksprezidanto regule ĉeestas la kunvenojn.

11. Hakado de ligno donas lignerojn.

12. Neĝero estas ofte pli granda ol hajlero.

13. La kuiristo kuiras en la kuirejo.

14. En urbo loĝas urbanoj, en vilaĝo vilaĝanoj.

15. La patrino disdonas trinkaĵojn al la infanoj.

16. La fiviro kaŝas sin en domaĉon.

17. La ŝiparo rebatis la atakon.

 

Vertaal:

 1. Hij verscheurde de brief en wierp de snippers door de kamer.

 2. De beroemde zanger hief een prachtig lied aan.

 3. Geachte dames en heren, ik vraag u plaats te nemen.

 4. Mijn ouders zijn arm maar eerlijk.

 5. Ik dronk mijn kop koffie leeg.

 6. Het bestuur misbruikt zijn macht.

 7. In de oertijd leefden er reusachtige dieren.

 8. Gelieve mijn boek terug te geven, ik heb het nodig.

 9. Straatarme mensen wonen vaak in krotten.

10. In onze tuin hoort men het gezang van de vogels.

11. Lust jij ook graag varkensvlees?

12. De verdeeldheid in de wereld is betreurenswaardig.

 


Vertalingen van voorgaande les.

 

Vertaal:

 1. Dag en nacht rijden auto's langs de straten.

 2. Tijdens de nacht is de zon niet zichtbaar.

 3. Geachte dames en heren, gelieve mij te schrijven of de nieuwe huizen te huur of te koop zijn.

 4. Beste geestverwanten (gelijkgezinden), ik nodig u uit om twee weken in onze prachtige stad te verblijven.

 5. Het jongetje stak het geld in zijn zak.

 6. Wees niet te nieuwsgierig, ik ben niet spraakzaam.

 7. Een kilogram zout bestaat uit 'n enorm aantal zoutkorrels.

 8. Neem plaats, a.u.b. (ik bid u), en zeg me hoe ik u kan helpen.

 9. Mijn oude grootvader wordt vergeetachtig.

10. De ex-president woont geregeld de vergaderingen bij.

11. Het hakken van hout geeft spaanders.

12. 'n Sneeuwvlok is dikwijls groter dan 'n hagelsteen.

13. De kok kookt in de keuken.

14. In 'n stad wonen stedelingen, in 'n dorp dorpelingen.

15. Moeder (ver)deelt dranken rond/uit aan de kinderen.

16. De schurk verbergt zich in 'n krot.

17. De vloot sloeg de aanval terug.

 

Traduku:

 1. Li disŝiris la leteron kaj disĵetis la pecetojn tra la ĉambro.

 2. La fama kantisto ekkantis belegan kanton.

 3. Estimataj gesinjoroj (Geestimataj), mi petas vin eksidi.

 4. Miaj gepatroj estas malriĉaj sed honestaj.

 5. Mi trinkis mian tason da kafo malplena.
    'malplena' = bepaling van gesteldheid!

 6. La estraro misuzas sian potencon.

 7. En la pratempo vivis grandegaj bestoj.

 8. Bonvolu redoni mian libron, mi bezonas ĝin.

 9. Malriĉegaj homoj ofte loĝas en domaĉoj.

10. En nia ĝardeno oni aŭdas la kantadon de la birdoj.

11. Let op! Hier is de plaats van het woordje 'ankaŭ' wel degelijk van betekenis!

Ĉu vi ŝatas ankaŭ porkaĵon?
Lust jij 'ook varkensvlees'?

Ĉu ankaŭ vi ŝatas porkaĵon?
Lust 'ook jij' varkensvlees?

12. La diseco en la mondo estas bedaŭrinda.

 


volgende

terug naar begin vorige volgende

 

Bijgewerkt op 01-07-2025